Opgegroeid bij de Noorse broeders

In het artikel “het prille begin van CGN” hebben we iets verteld over het ontstaan van de eerste CGN gemeenten in Nederland. De volwassenen die zich in die periode hebben aangesloten bij die eerste kleine gemeenten, zouden we de eerste generatie kunnen noemen. Hun kinderen, de tweede generatie, kennen de zoektocht van hun ouders voornamelijk van verhalen. Een zoektocht naar hulp voor een leven als christen. Maar hoe groeide de tweede generatie op? En namen zij automatisch het enthousiasme van hun ouders voor de geloofsgemeenschap over?

We praten hierover met Mirjam Koetse

Mirjam groeide op als oudste in een gezin met zestien kinderen. Nu is zij zelf moeder van tien kinderen in de leeftijd van 8 tot 26 jaar. Op de vraag hoe ze zichzelf als persoon beschrijft, vertelt ze: “Ik ben een zorgzaam, spontaan en gezellig mens, maar ook wel een beetje serieus. Of ik humor heb? Ik ben meestal niet de eerste die met grappen komt, maar ik kan er wel enorm om lachen!”

Als spil in het gezin heeft Mirjam in huis altijd genoeg te doen, maar ze heeft er vooral plezier in om het voor de kinderen gezellig en goed te maken.

Beginjaren CGN

“Mijn ouders waren al voordat ik geboren was op zoek naar hulp voor een leven in overeenstemming met de Bijbel. Toen ze pas getrouwd waren ontmoetten ze enkele andere vrienden die ook op zoek waren naar een gemeente waarin het leven overeenkwam met de leer. Ze bezochten elkaar regelmatig en organiseerden huissamenkomsten. In hun zoektocht kwamen zij in contact met een van de eerste kleine CGN-gemeenten in Nederland. Ze raakten enthousiast over de verkondiging vanuit de Bijbel en over het leven dat zij zagen, de hartelijkheid en warmte die ze ontmoetten.

Ik was nog een peutertje en kan me niet meer zoveel herinneren van die tijd, maar mijn moeder heeft mij later veel verteld over deze eerste periode in de geloofsgemeenschap. Ze vertelde bijvoorbeeld dat mijn vader en zij aanvankelijk best wel strenge opvattingen hadden over het opvoeden van kinderen, maar ze wilden graag goed en mild zijn. Door omstandigheden kwam een zekere familie Landgraff uit Oslo een aantal maanden in de buurt van mijn ouders wonen. Door hen werden mijn ouders erg gestimuleerd om vooral goed en mild voor je kinderen te zijn.

Mirjam met haar vader in 1967

Kindertijd thuis

De sfeer thuis was veilig, fijn en gemoedelijk. Het woord ‘veilig’ noem ik bewust als eerste. Als kind was ik erg verlegen en voelde me daardoor wat onzeker op school. Maar thuis voelde ik me veilig en op m’n gemak.

In een gezin met zestien kinderen is natuurlijk veel levendigheid en altijd genoeg te doen. Mijn vader had een eigen zaak en mijn moeder was thuis om voor de kinderen te zorgen. Ondanks alle drukte maakten mijn ouders altijd tijd voor ons. Mijn vader nam bijvoorbeeld een tijd lang iedere woensdagmiddag vrij en trok er dan op uit om met ons iets leuks te ondernemen. Mijn moeder maakte het graag gezellig voor ons en we konden met haar over alles praten. Dat was voor haar belangrijker dan het huishouden tiptop aan kant hebben. Ik kan mij niet herinneren dat ik mijn ouders ooit bezorgd heb gezien; zij waren altijd dankbaar en blij. Als oudste heb ik ze daar ook in zien groeien.

Met de bolderkar erop uit

Ouders hebben als taak hun kinderen te beschermen door grenzen te stellen en maatregelen te nemen als dat nodig is. Dat deden mijn ouders ook en dat vind je als kind niet altijd leuk. Toch kenmerkte de  opvoeding die ik van mijn ouders heb gekregen zich door weinig regels. Natuurlijk leerden wij als kinderen normaal burgerlijk fatsoen. Ik had bijvoorbeeld een keer wat gestolen bij de supermarkt. Mijn ouders vonden natuurlijk dat ik dat terug moest brengen en mijn excuses aanbieden. Met lood in de schoenen heb ik dat gedaan. Maar wat was ik na die tijd opgelucht!
Mijn ouders waren heel gastvrij, maar alert op negatieve invloeden. Ik merkte en voelde dat mijn ouders altijd het beste met mij voor hadden. Ik ben hun daar enorm dankbaar voor.

In een groot gezin gebeurt natuurlijk regelmatig wel iets waar je het niet zomaar mee eens bent of waaraan je je kunt ergeren. Dan kun je elkaar leren verdragen en dat is heel gezond. En nu achteraf, kunnen we met elkaar smakelijk lachen om die ‘peanuts’.

Aan mijn vader, die in 2010 is overleden, koester ik veel warme herinneringen. Mijn vader was echt, hij was lief en behulpzaam en liet altijd merken dat hij zo blij was met ieder kind. Hij behandelde ieder kind heel respectvol. Dat gaf mij zoveel vertrouwen in mijn vader.

Leren bidden

Mijn ouders hebben mij al als kind geleerd om vertrouwen te hebben in mijn hemelse Vader. Hij is er altijd en wil altijd voor je zorgen. Ze leerden mij om te bidden, te praten met de Here Jezus.

Een keer was ik in paniek omdat het niet goed ging op school: ik liep achter met het schoolwerk en wist niet meer hoe ik dat kon oplossen. Ik trok mij terug op mijn kamer en moest heel erg huilen. Precies op dat moment kwam mijn vader naar boven. Dat kon geen toeval zijn. We hebben er toen samen voor gebeden. Het maakte zo’n indruk op mij als kind dat mijn vader mij leerde dat God je in elke situatie kan helpen.

Kindersamenkomst

Iedere week gingen mijn ouders met ons naar de kindersamenkomst. Ik ging daar altijd graag naar toe. De samenkomstzaal was middenin de stad. Zo kan ik me nog herinneren dat de overheid de ‘autoloze zondag’ invoerde en we met meerdere gezinnen met de trein naar de samenkomst gingen. Dat was al een belevenis op zichzelf.

Op de kindersamenkomst vertelde Harm de Jonge (red. hij was destijds verantwoordelijk voor de kindersamenkomsten) ons de verhalen uit de Bijbel. Hij kon echt prachtig vertellen en ik merkte zijn goede hart voor ons. Uit die verhalen leerde ik hoe God is en hoe belangrijk het is om te kiezen tussen goed en kwaad. Ik leerde dat God als een Vader voor je wil zorgen, en dat je altijd op Hem kunt vertrouwen!

Toen ik als kind op de kindersamenkomst was, waren er nog niet zoveel activiteiten als tegenwoordig. Maar mijn ouders waren erg gastvrij en ondernemend. We trokken er vaak met een aantal gezinnen op uit voor een leuke dag. Ook herinner ik me nog goed dat we bijvoorbeeld met de hele gemeente naar de Beerze Bulten zijn geweest. We mochten daar heerlijk spelen en picknicken. Dan genoot ik op en top! Nu ben ik zelf verantwoordelijk voor de kindersamenkomsten in CGN Usselo. Ik stuur de teams aan die de kindersamenkomsten voorbereiden: we denken samen na over de onderwerpen, we praten met elkaar over de uitvoering daarvan en organiseren samen bijvoorbeeld ook een kinderweekend.

Ik vind het heel leerzaam om de Bijbelverhalen opnieuw te lezen en na te denken over hoe je die kunt overbrengen op de kinderen. Het is echt een uitdaging want er komen meer dan 50 kinderen naar onze kindersamenkomst en de leeftijd van de kinderen varieert van 4 tot 12 jaar. Maar ik doe dit werk met heel veel passie, want ik heb zelf ervaren wat een schat aan hulp er ligt in de Bijbelverhalen.”

Lees in het volgende artikel over de jeugdtijd van Mirjam: “ik ging mijzelf sterk afvragen: wat wil ik nu echt met mijn leven?

Een deel van het gezin bij de tent in Noorwegen, Brunstad.